logobbinfosite.gif (23350 bytes)

In  2006 is er een uniforme Europese Projecteringsrichtlijn tot stand gekomen. Deze norm is officieel verschenen onder de naam NEN 4001:2006.

Projectering brandblussers

De projectering van brandblussers is maatwerk en afhankelijk van de brandrisico's. Als er geen sprake is van een verhoogd brandrisico, dan is in de regel één blusser (6 liter (sproei)schuim, 6 kg poeder of 5 kg CO2) per 200 m2 voldoende met een minimum van twee per verdieping. Worden er echter brandgevaarlijke werkzaamheden verricht of brandbare stoffen opgeslagen, dan moet er één blusser per 100m2 aanwezig zijn met een minimum aantal van drie per verdieping.

Brandblussers moeten zichtbaar en bereikbaar zijn. In de praktijk betekent dit dikwijls dat de locatie van het toestel met een pictogram wordt aangeduid, dat de loopafstand naar een blusser niet meer dan 30 meter bedraagt en dat de onderlinge afstand van twee blussers niet meer dan 60 meter is.

Europese normering brandblussers
In Nederland mogen alleen brandblussers met een Nederlands typekeur in de handel worden gebracht. Een dergelijk toestel voldoet aan het Besluit Draagbare Blustoestellen van 1997 en aan de NEN-EN 3. Het typekeur wordt afgegeven door het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP) in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De RH brandblussers hebben uiteraard een geldig typekeur. Enkele modellen zijn bovendien voorzien van een EG-keur voor Marine equipement (stuurwieltje) en zijn geschikt voor toepassing aan boord van schepen.
Blustoestellen moeten in een gebouw zodanig worden geplaatst dat bij een calamiteit het blustoestel zo snel mogelijk kan worden ingezet. Blustoestellen moeten zichtbaar en bereikbaar zijn. In de praktijk betekend dit dikwijls dat de locatie van het blustoestel met een pictogram wordt aangeduid, dat de loopafstand naar een blustoestel niet meer dan 30 meter bedraagt en de onderlinge afstand van twee blustoestellen niet meer dan 60 meter is.

In de nieuwe norm NEN 4001 is aangegeven hoeveel brandblussers er nu eigenlijk geplaatst moeten worden. Daarbij wordt uitgegaan van een aantal factoren zoals:

* Hoe groot is het risico op brand?
* Hoeveel mensen aanwezig?
* Grootte van het gebouw?

Hoe groter het risico, het aantal mensen en het gebouw, hoe meer blussers u moet plaatsen.
Bij een groot risico moet moet u uitgaan van ongeveer 1 brandblusser per 100 m2, bij het minste risico moet u uitgaan
van ongeveer 1 blusser per 300 m2.
Dit moeten dan wel een poeder of een schuimblusser zijn. Een koolzuurblusser mag u ook plaatsen maar deze moet dan boven op de sterkte geplaatst worden.

Vergeet daarbij niet dat bij alle brandblusapparatuur een permanente aanduiding en identificatie aanwezig moet zijn. Dit is ook verplicht gesteld in de Arbo regelgeving en in de Europesche regelgeving. Voorbeelden hier van vindt u terug op onze site bij pictogrammen.

Indien u meer informatie wenst, kunt u telefonisch contact opnemen Tel. 0180 556747

       Brandblussershop