Nieuwe norm NEN-EN1838 voor noodverlichting

Er is jaren over gesproken maar nu is het dan echt zover: de nieuwe Nederlandse noodverlichtingsnorm NEN-EN1838 is van kracht. Deze norm vervangt per direct hoofdstuk 6 van NEN-1890 en kent ook wijzigingen ten opzichte van de eerder verschenen ontwerpnorm uit 1995

 

De NEN-EN1838 is een twaalf pagina's tellende norm, specifiek gericht op noodverlichting. In deze norm worden o.a. eisen gesteld aan de gelijkmatigheid in lichtnivveau, het voorkomen van verblinding, de kleurweergave van het pictogram en - niet te vergeten - de verschillende luxwaarden die vanaf nu zijn vereist. De bekende waarden van 1 lux en10 lux uit de NEN 1890 worden vervangen door 0,5 lux, 1 lux, 5 lux en 15 lux, afhankelijk van plaats en toepassing. In dit artikel zal in het kort de esssentie van deze norm worden besproken. De NEN-EN 1838 verdeelt de noodverlichtingsinstallatie in diverse onderdelen (zie het schema). Aan de hand van het schema zal elk onderdeel nader worden toegelicht.

Stand-by-verlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat het mogelijk maakt de normale werkzaamheden voort te zetten (bijvoorbeeld d.m.v. middel van een aggregaat).

Nood-evacuatieverlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat mensen in staat stelt een ruimte veilig te verlaten. Om dit te bereiken, moet er allereerst noodverlichting worden aangebracht:

Opmerking: de vereiste 5 lux geldt alleen als deze voorzieningen zich niet bevinden in een vluchtroute of anti-paniek-ruimte!

Vluchtwegverlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat de vluchtroutes tot twee meter breed geldt: de horizontale verlichtingssterkte op de middellijn van de vluchtweg minimaal 1 lux en de middenbrand (minimaal de helft van de breedte van de vluchtweg) ten minste 0,5 lux.

Opmerking: bredere vluchtroutes kunnen worden gezien als meerdere stroken van twee meter breed of verder worden voorzien van anti-paniek-verlichting.

Een vluchtdeur moet worden voorzien van een verlicht pictogram (of een serie pictogrammen). De herkenningsafstand van vluchtwegwegaanduidingsarmaturen is 200 maal de hoogte van het groene vlak van het pictogram (bij aangelichte pictogrammen halveert deze afstand). Dit betekent voor b.v. de Famostar 8W-armaturen een herkenningsafstand van 25 meter.

Anti-paniek-verlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat wordt toegepast in ruimten (niet zijnde een vluchtweg) met het doel paniek te voorkomen. Dit wordt bereikt door middel van een horizontale verlichtingssterkte van ten minste 0,5 lux op de vloer, zodat mensen de vluchtroute veilig kunnen bereiken.

Opmerking: 0,5 lux geldt niet in een randzone van 0,5 m van het gebied.

Verlichting van werkplekken met een verhoogd risico.

Dat gedeelte van de noodverlichting dat verlichting levert voor de veiligheid van personen in de buurt van een gevaarlijk proces of gevaarlijke situatie. Hier geldt een minimale verlichtingssterkte van 15 lux op de vloer en minimaal 10% van de normale verlichtingssterkte.

Bron: Brinkman & Germeraad b.v